Tussen Beeld en Geluid het leven van Jos Kruisbergen (2025)

Alle films op deze website zijn auteursrechtelijk beschermd en mogen niet worden gekopieerd. Het plaatsen van een link naar onze website is wel toegestaan.

Tussen Beeld en Geluid het leven van Jos Kruisbergen

Over mijn leven zou ik tien boeken kunnen schrijven.
Dit is de uitgebreide versie: mijn verhaal, en de vragen die mij altijd gesteld worden.
Zo leer je mij een beetje beter kennen, zegt de Maas en Waalse chroniqueur Jos Kruisbergen.

Jeugd in Wamel

Wamel is mijn geboortedorp. Het is een dijkdorp aan de rivier de Waal. Vroeger was de dijk de dorpsstraat. Mijn ouders hadden er een slagerij aan de Dorpsstraat 22, waar ik ook ben geboren. Mijn moeder stond die dag nog in de winkel en enkele uren later kwam ik ter wereld — een flinke jongen van negen pond en drie ons. Tot vijf jaar geleden heb ik daar gewoond, midden in het dorp dat altijd mijn thuis is gebleven.

Mijn eerste herinneringen beginnen bij de kleuterschool, pal tegenover ons huis. Daar stond het statige Huize St. Henricus, een gebouw dat later helaas werd afgebroken. Niemand begreep waarom; het hoorde bij het dorp. In 1996 maakte ik er nog een documentaire over die bij de NOS werd uitgezonden.

Schooltijd en strenge opvoeding

Op school ging het er streng aan toe. We zaten met alle kleuters bij elkaar en wie stout was, belandde in de donkere kast. Soms werd ik zelfs vastgebonden op een stoel en zo naar huis gelopen, waarna de zusters me weer kwamen ophalen. Zo ging dat in die tijd — onvoorstelbaar voor de jeugd van nu.

Ik had een fantastische jeugd, vol kleine avonturen en ondeugden. Als misdienaar op Huize Henricus werd ik vaak weggestuurd, Toch zat er altijd plezier en vrijheid in onze dagen.

We speelden in een oude noodkerk, klommen in de winter achter het raam naar binnen, en gleden via de dakgoot en regenpijp naar beneden om te voetballen, totdat de politie kwam. In de winter schaatsten mijn jeugdvriendin Mientje Thijssen en ik op de wiel. We deden mee aan wedstrijden en wonnen vaak de eerste prijs. En ik herinner me nog goed hoe ik hardliep, met de schaatsen boven op mijn schoenen — een vrolijke chaos die mijn jeugd onvergetelijk maakte.

Muziek, sport en vriendschap

Muziek en sport speelden al vroeg een grote rol in mijn leven. Volgens mijn moeder lag er al een bal in mijn wieg. Ik voetbalde fanatiek en later kwam daar het tennissen bij. Samen met mijn goede vriend Wim Lamers zat ik bij de harmonie. We speelden trompet, al bleek al snel dat ik daar niet het grootste talent voor had en moest stoppen. Ik ging daarna naar de drumband, waar ik beter tot mijn recht kwam.

Wim en ik deelden veel: we maakten samen muziek, voetbalden en tennisten. Later werd hij maar liefst vijftien jaar voorzitter van Tweestromenland in Beeld en Geluid, een vereniging die ons beiden na aan het hart lag.

Dorpsleven en kattenkwaad

We voetbalden op de afgekapte maïsvelden tot de stengels verdwenen waren. In de winter mochten we van boer Wimke Janssen in de uiterwaarden spelen, zolang de koeien op stal stonden. Stond het water te hoog, dan speelden we weer in het dorp — van ’s morgens vroeg tot het donker werd, met tussendoor even eten.

Soms speelden we onder de lantaarnpaal bij de meisjesschool, tot de politie kwam en we via de boomgaard van Wimke van Rooij vluchtten. Leren was niet mijn sterkste kant; ik haalde in de derde klas mijn ‘rijbewijs’ en in de vierde zeiden de leerlingen al lachend: “Dag meester!” Toch moest er hard gewerkt worden. Wie straf had, moest soms de schooltuin omspitten.

We liepen mee in de jaarlijkse processie, waarbij dorpen onderling streden om wie de mooiste straat had. Tijdens de dorpsprocessie liep het soms uit op ruzie over wie de mooiste straat had; dan moesten de kemphanen bij de pastoor op het matje komen, werd er verzoenend een borreltje gedronken — en het jaar daarop begon alles gewoon weer van voren af aan. Kattenkwaad hoorde erbij, maar echte vernielingen niet. Belletje trekken wel — soms met een pispot die boven het raam stond te wachten. Dat hoorde erbij, net als straf thuis als je iets had uitgespookt.

Magische kerstherinneringen

Rond kerst waren er magische momenten. Als er sneeuw lag, de kerkklokken luidden en de mensen naar de mis gingen, speelden Wim en ik vanaf het zolderraam tweestemmig Stille Nacht. De prachtige klanken galmden door de sneeuw het dorp in. Mensen bleven staan, keken omhoog en luisterden. Zulke momenten vergeet je nooit.

Slagersvakschool, militaire dienst en familie

Na de lagere school ging ik naar de slagersvakschool en daarna in militaire dienst. Ik werkte bij verschillende slagers, tot mijn vader — een man met veel humor — plotseling overleed. Hij was 58 jaar, één dag na zijn verjaardag. Samen met mijn moeder zette ik de slagerij voort. Mijn moeder is 107 jaar oud geworden.

Niet lang daarna kreeg ik verkering met een prachtige vrouw Corrie uit Horssen. We trouwden, namen samen de slagerij over en kregen drie kinderen. We werden we zelfs Nederlands én Europees kampioen in het maken van metworst.

Zang en koorervaringen

Daarnaast zong ik in het kerkkoor en mocht ik regelmatig solo het Ave Maria zingen bij huwelijken. Later zong ik ook bij Orpheus in Druten.

Burn-out en nieuwe richting

In de vorige eeuw kreeg ik een burn-out — een begrip dat toen nog nauwelijks bekend was. Op advies van artsen moest ik stoppen met werken in de slagerij. Mijn vrouw Corrie zette samen met het personeel de zaak voort, zodat ik het geld dat ik later verdiende met mijn werk bij de omroepen in de stichting van Tweestromenland in Beeld en Geluid kon steken.

Filmen was altijd mijn grote passie. Na een tweejarige opleiding in Utrecht werd mij aangeraden naar Hilversum te gaan. “Je bent een natuurtalent,” zeiden ze. Ik solliciteerde in Hilversum voor een televisieopleiding en de nestor van de Nederlandse televisie nam mij aan Gijs Stappershoef. Ik had een film meegestuurd van Veerman Johan van Soest, die veerman was in Alphen aan de Maas. En zo begon een nieuw hoofdstuk in mijn leven.

Er waren docenten uit de mediawereld, en voordat de opleiding voorbij was, kon ik al bij verschillende omroepen beginnen. In Hilversum kreeg ik al snel de naam van hoogwaterspecialist. En eerlijk is eerlijk, ik werd op handen gedragen. Ik had een betere naam in het Gooi dan in Maas en Waal, vertelt Jos lachend.

Mijn eerste film die ik maakte naast mijn televisiewerk was Wamel, een Dorp onder Veer, die ik samen met mijn dorpsgenoot Frans van Ooijen maakte. Het dorp Wamel bestond 1100 jaar. We kregen alle faciliteiten gratis in Hilversum. Frans en ik zijn op Soestdijk geweest voor een interview met Prins Bernhard.

Het leuke ervan is om te vertellen: ik had een documentaire gemaakt over dirigent van het Metropool Orkest, Harry van Hoof. Ik mocht van Lee Touwers het gala-concert filmen, samen met mijn geluidsman Hans van den Berg. Daarin werkten onder andere mee Louis van Dijk, Pim Jacobs, Anneke de Vries en zijn leermeester van Harry van Hoof, oud-docent conservatorium in Tilburg Jan van Dijk. Jan componeerde ook de muziek voor de oorlogsfilm, en de muziek werd uitgevoerd door Harmonie Koningin Wilhelmina uit mijn dorp, onder leiding van Jan Bosveld.

Een geluidswagen uit Hilversum kwam bij Rutten de muziek opnemen, en de straat werd afgezet met hekkens. Yvonne Engelaar, waar ik mee op de opleiding had gezeten, werkte bij de NOS en monteerde ook als vrijwilliger. Ik had zo’n geweldige band met die mensen, dat alle faciliteiten gratis tot onze beschikking stonden.

De film ging in première met de aanwezigheid van iemand van het koninklijk huis in het Vrijetijdscentrum in Wamel. En naar aanleiding van die film is de stichting Tweestromenland ontstaan.

Cineast Jos Kruisbergen: een tijdperk afgesloten

Een tijdperk is voorbij. Cineast en chroniqueur Jos Kruisbergen heeft een punt gezet achter zijn filmwerk. Toen bekend werd dat hij zou stoppen met filmen in Maas en Waal, sloeg dat nieuws in als een bom. Na 32 jaar onafgebroken vastleggen van het leven in het Rivierengebied sluit hij zijn filmboek.

Dank aan iedereen

Kruisbergen wil allereerst iedereen bedanken voor de overweldigend warme en mooie reacties. “Er waren ook mensen die een beetje boos waren dat ik in een uitverkochte filmzaal De Bogerd niets had gezegd over mijn afscheid,” vertelt hij. “Ik wil iedereen bedanken die voor onze camera heeft gestaan en zijn of haar verhaal heeft gedeeld. Het is geschiedenis die er niet was geweest als wij die verhalen niet hadden vastgelegd.”

Een carrière samen met Geert Megens

Hoe vaak hij zijn statief waterpas zette, sjouwend met een camera van vijftien kilo en een statief van nog eens vijftien kilo, is niet meer te tellen. Later kreeg hij steun van zijn trouwe makker, geluidsman en manusje-van-alles Geert Megens. Samen waren ze overal te vinden: bij zonsopkomsten en zonsondergangen, in de dorpen van Maas en Waal, op de rivieren en in de uiterwaarden. Kerstmis, Pasen, Hemelvaart of Koninginnedag – het maakte niet uit. Ze waren erbij, vaak tot diep in de nacht. Na 32 jaar komt er een einde aan een uniek tijdsbeeld van het Rivierengebied.

Verlies en inspiratie

Onderweg moest Kruisbergen afscheid nemen van dierbaren: zijn grote leermeester en medeoprichter Gijs Stappershoef, Geert Megens, Jan Keja en Ruud Stoeten. Verliezen die diep ingrepen. Toch kijkt hij terug op een loopbaan waarin hij steeds de juiste mensen ontmoette, mensen die in hem geloofden. In het begin geloofde bijna niemand in het project. Die ervaring geeft hij nu door aan jongeren: wie een droom heeft en erin gelooft, moet die volgen, ondanks tegenslagen.

Jos van de NOS’

Al snel kreeg hij in de volksmond en in de pers de bijnaam ‘Jos van de NOS’. Hij maakte reportages en documentaires voor onder meer NOS en RTL. Al het geld dat hij daarmee verdiende – ruim 560.000 gulden – bracht hij als vrijwilliger in bij de stichting Tweestromenland in Beeld en Geluid, met als doel een blijvend filmarchief achter te laten. “Ik zou wel tien boeken kunnen schrijven over alles wat ik heb meegemaakt,” zegt hij zelf.

Financiële tegenslag en redding

De stichting kwam op een gegeven moment financieel in zwaar weer. Het voortbestaan hing aan een zijden draadje. Toen nam voorzitter Ben Meijering het initiatief voor een spinningactie, samen met de Lions en diverse bedrijven uit Maas en Waal. Dat leverde 15.000 euro op, genoeg om weer vooruit te kunnen. Meijering zei destijds: “Ik ben tijdelijk voorzitter. Ik maak de stichting financieel gezond en dan stap ik op, want het Maas- en Waalse culturele erfgoed vind ik enorm belangrijk.” Zijn daadkracht gaf de stichting precies het zetje dat nodig was.

Uniek cultureel erfgoed

Volgens deskundigen is wat in Maas en Waal is vastgelegd uniek, niet alleen voor Nederland maar mogelijk zelfs wereldwijd. Terwijl er tegenwoordig grote bedragen worden uitgegeven aan archeologisch onderzoek, legden Kruisbergen en zijn team met minimale middelen een levend stuk geschiedenis vast. In de beginjaren was er nauwelijks steun. “Als ik het geld van de omroepen niet in de stichting had gestopt, was er bijna niets geweest,” zegt Kruisbergen. Van Jan Dijk van de NOS kreeg hij duizenden banden die slechts één keer waren gebruikt en destijds zo’n vijftig gulden per stuk kostten. Ook kocht hij voor een paar duizend gulden acht minuten Polygoon-filmmateriaal over de watersnood van 1926, later gebruikt in een documentaire. Dijkgraaf Tanja Kuppen van Waterschap Rivierenland complimenteerde hem daarvoor: “U had toen al een vooruitziende blik.”

Sport, gezondheid en stoppen

Op 78-jarige leeftijd zaal voetbalt Kruisbergen nog altijd met zijn vrienden. Ludiek noemden zij de sporthal de ‘Jos Kruisbergen Arena’ in Wamel. “Je voelt je veertig,” grapt hij. Voorzitter Peter Post, secretaris/penningmeester Pier van Oort en kunstsmid André van Wijk plaatsten het bord samen, omringd door zijn voetbalvrienden. Maar het filmen werd fysiek te zwaar. “Iedereen begint aan je te trekken, dan loopt je hoofd over.” In overleg met zijn huisarts besloot hij te stoppen.

Zijn vriend Jan van Deinsen, oud-speler van Feyenoord, zegt hem vaak: “Je bepaalt je eigen agenda.” Tijdens wandelingen probeert Kruisbergen zijn hoofd leeg te maken.

Dorpskinderen en familie

Wat hij zal missen, is het contact met dorpskinderen. “Het is fantastisch dat kinderen aanbellen en vragen of ik ze wil filmen tijdens de kermis, kindervakantieweek of carnaval. Voor hen is het later bijzonder om te zien hoe hun leven eruitzag.”

Bovenal prijst hij zijn vrouw Corrie en zijn kinderen. Hij noemt zijn naaste kring binnen de stichting: voorzitter Wim Lamers, vijftien jaar lang zonder één meningsverschil, en Joke van Leeuwen, die al twintig jaar in het bestuur zat en nu voorzitter is. Zijn dochter Joyce Schippers-Kruisbergen hielp hem vrijwel dag en nacht. Ook schoonzoon René en kleinkinderen Quinten en Thymen droegen hun steentje bij.

Je kunt van alles willen, maar als je vrouw er niet achter staat, wordt het niets,” zegt Kruisbergen. “Ze zeggen dat ik een standbeeld verdien, maar dat verdient mijn vrouw Corrie.”

Medeoprichters en leermeesters

Hij vergeet medeoprichter Chris Ronteltap van het ministerie van WVC niet, Theo Leeuwenburgh, en Truus Janssen-Veens, die in het begin bijna alles alleen deed. Piet van Ballegooij zette als webmaster de eerste foto’s en later ook films online. Iedere maandag was er overleg met koffie en een koek. Zijn digitale leermeester Theo Kooijmans leerde hem monteren op de computer. “Ik had eerder de Staatsloterij gewonnen dan dat ik digitaal kon monteren,” zegt hij lachend.

Ook bedankt hij het presentatieteam dat gratis films vertoonde in Arnhem, Nijmegen, de Betuwe en Maas en Waal.

Einde filmcarrière, nieuwe stichting

De stichting Tweestromenland in Beeld en Geluid stopt en gaat verder als de Jos Kruisbergen Stichting, met als doel het Maas- en Waalse erfgoed te behouden. Kruisbergen wil stoppen met filmavonden, donateurs en subsidies. “Ik wil geen verplichtingen meer. Ik hoop dat iedereen me nu met rust laat.”

Bij de documentaire over de watersnood van 1926 hield hij bewust de pers op afstand. De aandacht moest naar de films en de verhalen, niet naar hemzelf.

Waardering en erkenning

Zijn leermeester Gijs Stappershoef plaatste hem in het rijtje van Joris Ivens en Leni Riefenstahl. Hennie de Vos de grote RTL baas noemde hem “de Bert Haanstra van Wamel”. Volgens NOS-directeur Theo Leeuwenburg is wat in het Rivierengebied is vastgelegd mogelijk uniek voor de hele wereld. Ook oud-voorzitter Ben Meijering zette hem in De Gelderlander in het rijtje van Joris Ivens en Bert Haanstra. Kruisbergen is daarnaast dankbaar voor journalisten Ruud Stoeten en Bas van der Hoeven van De Gelderlander, die ook na hun pensioen over zijn werk bleven schrijven.

Herinneringen en Corrie

Kruisbergen denkt terug aan talloze ontmoetingen, zoals de documentaire over de Beuningse fanfare met Ab Bruisten en Frans Litjens, Robert Heijmans, Cor van de Hagt en het portret van Arnold Trom. De rivier, de documentaire over het eiland Heerwaarden en Horssen. Maar vooral denkt hij aan zijn vrouw Corrie. “Als je gaat tellen hoeveel uren zij alleen is geweest… ontelbaar. Al die avonden dat ik op pad was, statief onder de arm, terwijl zij thuis het licht aanhield. We hadden een huis in Spanje kunnen kopen, maar kozen samen voor het vastleggen van geschiedenis. Dat gaf duizenden mensen plezier. Dat is uiteindelijk meer waard.”

Laatste boodschap

De druk werd te groot en kostte hem slapeloze nachten. Zijn lichaam gaf grenzen aan. Deskundigen spreken over uniek regionaal cultureel erfgoed met grote maatschappelijke waarde. Toch blijft alles behouden. De Jos Kruisbergen Stichting zorgt voor veilige opslag van het archief. Zelf wil Jos in alle rust blijven monteren.

Zijn leermeester Gijs Stappershoef zei altijd: “Vastleggen, vastleggen. En monteren kun je nog wel als je achter de geraniums zit.”

Kruisbergens boodschap aan de jeugd blijft onveranderd: “Niemand zag ons zitten. We kregen tegenwerking, maar enkelen geloofden in ons. Mijn droom is uitgekomen. Volg je droom.”

Op de website van de Jos Kruisbergen Stichting blijven de films te bekijken, aangevuld met nieuw gemonteerde producties. Zo blijft vastgelegd wat anders voorgoed verloren zou zijn gegaan.

Tot slot zegt Jos Kruisbergen:
“Maas en Waal is voor mij de hemel op aarde. En als ik doodga en de hemel lijkt niet op Maas en Waal, dan kom ik terug.”