Verjaagd uit het verzorgingstehuis, zichtbaar bij de stembus

Alle films op deze website zijn auteursrechtelijk beschermd en mogen niet worden gekopieerd. Het plaatsen van een link naar onze website is wel toegestaan.

Verjaagd uit het verzorgingstehuis, zichtbaar bij de stembus
Door Jos Kruisbergen
Jeugdherinneringen tegenover Huize St. Henricus
Soms gaan mijn gedachten terug naar mijn jeugd. Wij woonden recht tegenover
het statige Huize St. Henricus, ooit de grote trots van het dorp Wamel. Het
gebouw werd in 1936 opgetrokken met stenen uit de Wamelse steenoven,
gebouwd door de handen van mensen uit het dorp zelf. Het hoorde bij Wamel,
alsof het er altijd al had gestaan.
Voor mij persoonlijk zat het vol herinneringen. Ik ging er naar de kleuterschool.
Als ik ondeugend was, werd ik wel eens in een donkere kast gezet. Ik moest
ook eens bij de moeder-overste komen nadat ik in het keldergat had staan
plassen — een straf die diepe indruk maakte op een jongen van die leeftijd.
Later werd ik er zelfs als misdienaar weggestuurd. Toch bleef het een plek die
bij mijn leven hoorde. Want Huize St. Henricus was meer dan een klooster. Het
was een verzorgingstehuis waar mensen goed werden verzorgd en waar het
hele dorp welkom was. Voor veel bewoners was het hun tweede huis. Vaak ook
hun laatste thuis.
De sloop van het gebouw
In 1995 kwam er abrupt een einde aan dat alles. De bulldozer kwam en het
statige gebouw ging tegen de vlakte.
Kort voor de sloop maakten we nog een interview met een bewoonster. Haar
woorden staan me nog altijd helder bij:
“Ik moet hier weg, maar ik ga niet weg. Ze zullen me eruit moeten
dragen.”
Ik maakte er een documentaire over die later werd uitgezonden bij de NOS in
het programma Van Gewest tot Gewest. Jaren later bleek uit mijn onderzoek dat
het gebouw helemaal niet gesloopt had hoeven worden.Toen Huize St.
Henricus in 1995 verdween, voelde het voor veel Wamelnaren alsof de ziel van
het dorp werd weggerukt. Bijna het hele dorp treurde.
Nieuwe plannen en opnieuw vertrekken
Na de sloop kwam er nieuwbouw. Het leek alsof de zorg in Wamel een nieuwe
toekomst kreeg. Maar ook dat bleek van korte duur.
In 2017 moesten de bewoners opnieuw vertrekken. Het gebouw zou niet meer
aan de regels voldoen en de regering had besloten dat het moest sluiten.
“Tijdens het kabinet-Rutte werden talloze verzorgingstehuizen gedwongen hun
deuren te sluiten, wat grote gevolgen had voor kwetsbare ouderen.”

Er gingen zelfs geruchten dat Lilian Marijnissen van de SP persoonlijk zou
komen kijken of er nog iets aan te doen was. Ik heb haar zelf nooit gezien.
Misschien iemand anders wel. Maar voor de bewoners veranderde er niets.
Reacties bij de afbraak
Bij de sloop in 1995 spraken we met Cor Hoogendoorn en Tonnie Zondag, die
er jarenlang hadden gewerkt. Ze stonden bij de hekken te kijken hoe de
machines hun werk deden.
Zo bleef het geld in het dorp en voelde het tehuis echt als een onderdeel van de
gemeenschap. Het was een plek waar het dorp en de bewoners met elkaar
verbonden waren. Iedereen kende het, iedereen kwam er wel eens.
De sloop van het gebouw
In 1995 kwam er abrupt een einde aan dat alles. De bulldozer kwam en het
statige gebouw ging tegen de vlakte.
Kort voor de sloop maakten we nog een interview met een bewoonster. Haar
woorden staan me nog altijd helder bij:
“Ik moet hier weg, maar ik ga niet weg. Ze zullen me eruit moeten
dragen.”
Ik maakte er een documentaire over die later werd uitgezonden bij de NOS in
het programma Van Gewest tot Gewest. Jaren later bleek uit onderzoek dat het
gebouw helemaal niet gesloopt had hoeven worden.
Toen Huize St. Henricus in 1995 verdween, voelde het voor veel Wamelnaren
alsof er een stuk van het dorp werd weggerukt. Bijna het hele dorp treurde.
Nieuwe plannen en opnieuw vertrekken
Na de sloop kwam er nieuwbouw. Het leek alsof de zorg in Wamel een nieuwe
toekomst kreeg. Maar ook dat bleek van korte duur.
In 2017 moesten de bewoners opnieuw vertrekken. Het gebouw zou niet meer
aan de regels voldoen en de regering had besloten dat het moest
sluiten.”Tijdens het kabinet-Rutte werden talloze verzorgingstehuizen
gedwongen hun deuren te sluiten, wat grote gevolgen had voor kwetsbare
ouderen.”
Er gingen zelfs geruchten dat Lilian Marijnissen van de SP persoonlijk zou
komen kijken of er nog iets aan te doen was. Ik heb haar zelf nooit gezien.
Misschien iemand anders wel. Maar voor de bewoners veranderde er niets.
Reacties bij de afbraak
Bij de sloop in 1995 spraken we met Cor Hoogendoorn en Tonnie Zondag, die
er jarenlang hadden gewerkt. Ze stonden bij de hekken te kijken hoe de machines hun werk deden.
Ze begrepen er niets van.
Hun woorden klonken bijna profetisch:
“De grootste vergrijzing moet nog komen. Misschien maken we ook nog
mee dat dit weer wordt afgebroken.”
De situatie anno 2026
En nu zijn we in 2026. Het terrein ligt er nog altijd verlaten bij. Hekken
eromheen. Stilte waar ooit leven was.
Destijds moesten de bewoners vertrekken omdat er nieuwe zorgappartementen
zouden komen voor het dorp Wamel. Maar negen jaar later is er nog steeds niet
gebouwd. De plannen lijken nu wel concreter, maar het wachten duurt
eindeloos.
Voor veel mensen voelt dat als een gemiste kans — en soms zelfs als onrecht.
Laat mensen die hier geboren en getogen zijn toch in hun eigen dorp blijven
wonen. In Wamel kent iedereen elkaar. Hier spelen herinneringen, hier liggen
familiebanden, hier liggen de wortels van een mensenleven.
Die wortels moet je niet zomaar doorsnijden. Daar worden mensen ongelukkig
van.
Ik heb mensen gezien met tranen in hun ogen. Mensen die hun hele leven in
Wamel hadden gewoond en er ook hun laatste jaren wilden doorbrengen. Maar
ze moesten vertrekken. Met pijn in het hart verhuisden ze naar een ander dorp.
Terwijl tegelijkertijd mensen uit andere dorpen weer naar hier moesten komen.
Dan vraag je je af: waar blijft het menselijke verhaal?
Verzet en beloftes
De Dorpslijsten hebben zich altijd tegen deze situatie verzet. Zij willen dat deze
plek zo snel mogelijk weer wordt geopend voor de inwoners van Wamel.
Er zijn de bewoners meerdere keren beloftes gedaan — tot wel vier keer toe.
Maar telkens liep het weer op niets uit. Telkens weer nul op het rekest.
Hoe het vroeger ging
Vroeger ging het anders. In de tijd van Conelis van de Wert, medeoprichter
van de woningstichting in Alphen, kregen dorpelingen voorrang bij woningen.
Dat was vanzelfsprekend.
Misschien is dat iets waar Marinus Kempe, directeur van woningstichting De
Kernen, nog eens over zou kunnen nadenken. Maar daar kom ik later nog wel
eens op terug.

Terug naar de verkiezingen
En zo kom ik weer terug bij de verkiezingen.
Mijn moeder van 104 jaar wilde graag stemmen. Maar ze was haar stemkaart
kwijt. Vroeger was dat geen probleem. Dan kreeg je bij het stemloket gewoon
een nieuwe. Zo eenvoudig kon het zijn. Misschien ook iets om weer eens over
na te denken.
Dit keer kon mijn moeder helaas niet stemmen. Ik maakte daar een filmpje
over, dat ik op verzoek nog wel eens laat zien. Net als de beelden van de
verhuizing van de laatste bewoners van Huize Henricus.
De gezichten zeggen genoeg
Wie die beelden ziet, hoeft eigenlijk niets meer te horen.
De gezichten spreken voor zich. Verdriet. Onbegrip. Vermoeidheid. Sommige
bewoners waren al vier keer verhuisd. Vier keer hun spullen inpakken. Vier
keer afscheid nemen van een plek waar ze zich net weer een beetje thuis
voelden.
Het is pijnlijk om te zien hoe kwetsbare mensen soms worden behandeld.
Mijn moeder van 104 zei het altijd op haar eigen, eenvoudige manier:
“Een oude boom moet je niet verplaatsen.”
En misschien zit in die ene zin wel meer wijsheid dan in stapels beleid en
regels bij elkaar.