Maas en Waal een winters sprookje (2007)

Geen witte kerst, met oud en nieuw alleen poedersuiker over de oliebollen. Het winterweer was de feestdagen vóór, eind 2007. Maar Maas en Waalfilmer Jos Kruisbergen kon eind december zijn lol niet op. Hij maakte prachtige beelden van een sprookjesachtig Maas en Waal: levende ansichtkaarten die zó als kerst- en nieuwjaarsgroet op de post hadden gekund, filmpjes waarin de kleur groen eigenlijk helemaal niet voorkomt.

Slechts een paar dagen lang was het land tussen de rivieren witgepenseeld; bevroren mist hechtte zich als een laag rijp op alles wat los en vast zat en een scherp winters zonnetje zorgde vervolgens voor een betoverende belichting van natuur, dijken en dorpen.
Er werd ook geschaatst, eventjes maar, het duurde niet eens lang genoeg voor een paar uurtjes ijsvrij van school. Maar de pret was er niet minder om. Jong en oud gingen overal de gladde ijzers op, want het was al weer zó lang geleden. Drie, vier, vijf jaar?
Kruisbergen ging in de deels ondergelopen en bevroren Wamelse Waalse uiterwaarden letterlijk op de knieën om het plezier op dat krakende natuurijs vast te leggen. Blije gezichten vooral, maar af en toe ook een traantje na een onvermijdelijke valpartij.
Zwierende Maas en Walers, echte stayers, krabbelaars: allemaal passeerden ze zijn camera. Kruisbergen kon het niet laten om onze website voor even in een winters jasje te zetten.

,

’t Is al weer wat jaren geleden. En ‘t was vooral ook lente, jawel. Maas en Waal werd opnieuw geboren. Zoals elk voorjaar.
LEESMEER
Dan komt de buitenwereld tot leven. Jos Kruisbergen wordt telkens weer onrustig als hij ziet dat de natuur ontwaakt. De lente is een kralensnoer van momenten die onze cineast op knappe wijze aaneenrijgt tot een prachtig filmpje. Dat clipje duurt maar een paar minuten. Maar je houdt je adem in als het allemaal voorbij komt: de Waal, overvol smeltwater uit verre berglanden; de rivier schurkt zich murmelend in de oksel van de dijk; schepen stampen voorbij; op de oever verwarmt het gevogelte zijn eieren en even later lopen en zwemmen daar ineens van die parmantige pluizenbolletjes rond. Een aalscholver rekt zich uit in de zon en de visser aast op een vette karper. Dorpse kerktorentjes staan te dromen in een schitterend rivierenland-decor; de peuter en het jongvee huppelen zich moe. Je wordt week van binnen door die overdaad van fruitbloesem om je heen, door de wolken bloeiend fluitenkruid en door de meizoentjes en boterbloemen waaronder de dijken en de bermen zijn bedolven.
Ja, zo zie je een toevallige voorbijganger te midden van al dat moois mijmeren, zó moet het er in de hemel ook uit zien…